{
    "case_number": "CAC-ADREU-004048",
    "time_of_filling": null,
    "domain_names": [],
    "case_administrator": null,
    "complainant": [],
    "complainant_representative": null,
    "respondent": [],
    "respondent_representative": null,
    "factual_background": "De domeinnaam <securitycenter. eu> is aan verweerder toegewezen tijdens de tweede fase van de Sunrise-periode op basis van haar handelsnaam conform het bepaalde in artikel 10(1) van Verordening 874\/2004. \r\nVolgens Klager is de domeinnaam identiek aan diverse merken van Klager en heeft Verweerder geen belangen die de registratie rechtvaardigen en heeft Klager de registratie van de domeinnaam te kwader trouw verricht. Klager heeft een klacht van 12 pagina’s ingediend met 14 bijlagen. De reactie van verweerder op de klacht bedraagt 8 pagina’s met 8 bijlagen. Partijen hebben via een Nonstandard communicatie ieder een nadere conclusie genomen.",
    "other_legal_proceedings": "Voorzover bekend, zijn er geen andere juridische procedures aanhangig die betrekking hebben op de domeinnaam <securitycenter.eu>. Wel loopt er tussen dezelfde partijen een nagenoeg identieke procedure over de domeinnaam <security-center.eu>.",
    "discussion_and_findings": "Het Panel stelt vast dat Verweerder de Domeinnaam <securitycenter.eu> heeft verworven tijdens de tweede fase van de Sunrise-periode op basis van haar handelsnaam: Security Center Rotterdam. De Sunrise-periode diende om houders en licentiehouders van geregistreerde merken en andere rechten als vermeld in artikel 10(1) van Verordening 874\/2004 een voorkeurspositie te geven bij het aanvragen van een domeinnaam. Aangezien er verschillende houders van rechten op een en dezelfde naam kunnen zijn, geldt het principe “wie het eerst komt, het eerste maalt” als hoofdregel voor het aanvragen van domeinnamen. Het is derhalve tijdens de Sunrise-periode niet van belang of de aanvrager oudere of betere rechten kon laten gelden op een bepaalde domeinnaam. \r\n\r\nDeze hoofdregel wordt door het Panel als uitgangspunt voor de behandeling van het conflict tussen partijen genomen. Alleen indien er sprake is van een speculatieve en onrechtmatige registratie kan, conform het bepaalde in artikel 21 van Verordering 874\/2004 en het daarmee overstemmende artikel B.11 van de Voorschriften ADR, een vordering worden ingediend en zonodig worden toegewezen. \r\n\r\nAangezien de handelsnaam van Verweerder voor een groot deel overeenkomt met de verkregen Domeinnaam en aangezien deze Domeinnaam tijdens de Sunrise-periode is verkregen, heeft Verweerder de Domeinnaam niet zonder recht of gewettigd belang geregistreerd. \r\n\r\nBlijft over de vraag of Verweerder de Domeinnaam te kwader trouw heeft geregistreerd of gebruikt. Alhoewel Klager op basis van zijn Gemeenschapsmerk (een woordbeeldmerk) en\r\nals licentiehouder op het genoemde Duitse merk de Domeinnaam tijdens de Sunrise-periode had kunnen registeren, wil dit niet noodzakelijkerwijs betekenen dat het bestaan van deze merken inhoudt dat er sprake is van kwade trouw aan de kant van Verweerder. In de visie van het Panel dienen aan het begrip kwade trouw in de betekenis van art. 21.3 van Verordering 874\/2004 in het kader van een ADR-procedure relatief hoge eisen te worden gesteld. Zo bepaalt artikel 21.3 van Verordening 874\/2004 uitdrukkelijk dat aangetoond dient te worden dat de domeinnaam voornamelijk is geregistreerd met het oog op het verkopen ervan. Door Klager is niet gesteld, noch is gebleken dat Verweerder de Domeinnaam voornamelijk heeft geregistreerd met het doel deze te verkopen. Immers, een met de Domeinnaam overeenstemmende handelsnaam wordt door Verweerder reeds geruime tijd gebruikt voor het aanbieden van goederen of diensten. Het feit dat partijen – na het verkrijgen van de Domeinnaam door Verweerder – hebben onderhandeld over mogelijke verkoop van de Domeinnaam, betekent volgens het Panel niet dat er sprake is van kwade trouw. Verweerder heeft reeds jaren de domeinnaam security-center.nl gebruikt. Een extensie naar securitycenter.eu kan als logisch worden beschouwd, zeker nu Verweerder een handelsnaam voert die voor een groot deel gelijk is aan de Domeinnaam. Klager heeft bovendien niet gesteld, noch is gebleken dat Verweerder een handelaar in domeinnamen is. In de visie van het Panel kan het gevraagde bedrag voor de domeinnaam niet als onredelijk worden bestempeld en het gevraagde bedrag is derhalve geen uiting van kwade trouw van Verweerder.\r\n\r\n \r\nDe overige door Klager gestelde omstandigheden, zoals mogelijke verstoring van professionele activiteiten, alsmede het door Verweerder optreden als wederverkoper van de producten van Klager, waaruit volgens Klager kwade trouw zou blijken, kunnen in de visie van het Panel in dit specifieke geval niet als kwade trouw in de betekenis van artikel 21.3 van Verordening 874\/2004 worden gezien. Immers, Verweerder biedt sinds jaar en dag op haar website security-center.nl als niet exclusieve wederverkoper de producten van Klager aan zonder dat Klager hiertegen is opgetreden. Bovendien verwijst Klager op haar eigen website expliciet naar de website van Verweerder security-center.nl. Moeilijk kan worden aangenomen dat Klager pas na het verkrijgen van de Domeinnaam securitycenter.eu van mening is dat er sprake is van kwade trouw terwijl Klager geen bezwaar had en ook in rechte of anderszins niet is opgetreden tegen het gebruik van de vergelijkbare Nederlandse Domeinnaam van Verweerder. \r\n\r\nAlles overziende komt het Panel tot de conclusie dat Klager niet heeft aangetoond dat Verweerder de Domeinnaam te kwader trouw heeft geregistreerd. Het Panel komt dan ook tot afwijzing van de vordering van Klager.",
    "decision": "Om bovengenoemde redenen heeft het Panel in overeenstemming met de artikelen § B12 (b) en (c) van de ADR-Voorschriften besloten tot afwijzing van de Klacht",
    "panelists": [
        null
    ],
    "date_of_panel_decision": "2007-03-19 00:00:00",
    "informal_english_translation": "The Panel has determined that Respondent acquired the Domain Name <securitycenter.eu> during the second phase of the Sunrise-period. As there can be different holders of rights to the same name, the principle “first come, first served” applies as the principal rule when one applies for a Domain Name. During the Sunrise-period it is of no interest whether the Applicant can invoke older or better rights with respect to a particular Domain Name. The Panel takes this principal rule as a starting point in deciding the conflict between parties. Only if the registration can be considered speculative and abusive a claim may be lodged and as far as applicable be granted, all in conformity with article 21 of Regulation 874\/2004 and the corresponding article B.11 of the ADR-Rules. \r\n\r\nIn view of the fact that the Tradename of Respondent for a major part is identical to the Domain Name acquired and as the Domain Name was acquired during the Sunrise-period, Respondent has not registered the Domain Name without rights or legitimate interests. \r\n\r\nThe question then remains whether the Respondent has registered the Domain Name in bad faith. Although Complainant could have registered the Domain Name during the Sunrise-Period on the basis of its Community Tradename (a logo) and as licensee of the German Trademark, this does not necessarily mean that Respondent acts in bad faith. In the opinion of the Panel the notion of bad faith in the meaning of article 21.3 of Regulation 874\/2004 requires a relatively high standard of proof during an ADR-procedure. Article 21.3 requires explicitly that it should be demonstrated that the Domain Name was registered primarily for the purpose of selling it. Complainant has not argued nor did it become apparent that Respondent primarily registered the Domain Name for the purpose of selling. In fact, Respondent has used a Tradename corresponding with the Domain Name for some time. \r\nThe fact that parties, after Respondent acquired the Domain Name, have negotiated about a possible sale of the Domain Name does in the opinion of the Panel not mean that bad faith exists. Respondent has used the Domain Name <seucirity-center.nl> for many years. An extension to securitycenter.eu can be considered logical, especially as the Tradename of Respondent for a large part is similar tot the Domain Name. In addition, Complainant has not argued nor has it appeared that Respondent is a trader in Domain Names. In the opinion of the Panel the amount of €25.000,- asked for the Domain Name cannot be considered unreasonable and the amount asked is not an expression of bad faith of Respondent.\r\n\r\nThe remaining circumstances as mentioned by Complainant, such as possible disruption of professional activities and the fact that Respondent acts as reseller of the products of Complainant, can in the opinion of the Panel in this particular case not be regarded as bad faith in the meaning of article 21.3 of Regulation 874\/2004. Respondent as a non-exclusive reseller has offered the products of Complainent on its website security-center.nl for a number of years, without Complainant having acted against this. In addition, on its own website Complainant explicitly refers to the website security-center.nl of Respondent. It is difficult to accept that Complainant is of the opinion that Respondent acts in bad faith only after acquiring the Domain Name securitycenter.eu  while Complainant had no objection and has in law or otherwise not acted against a similar situation with respect tot the Dutch Domain Name. Taking the above mentioned into account, the Panel comes to the conclusion that Complainant has not demonstrated that defendant has registered the Domain Name in bad faith. Therefore, the complaint is denied.",
    "decision_domains": [],
    "panelist": null,
    "panellists_text": null
}